24 september 2015
fatsoen

De telefoon ging en ik kreeg een vraag.
'Hoe maak je ook weer die Tom Kha Kai- soep'.
De vraag ontroerde me. Terwijl ik er wel even over na moest denken.
'Citroengras heb ik', zei hij.
'En laos, vers' zei ik. Want dat wist ik zo snel wel.
'Dat kan ik hier niet krijgen', zei hij. En hij vloekte.
Uiteindelijk kwamen we eruit. 'doe maar veel citroensap en sambal dan', zei ik.
'Weet je nog dat T. geboren is in Zuid-Afrika en zo onder de indruk was van die soep?', zei hij.
“Kwam T. uit Zuid-Afrika', zei ik. 'Oh'.
En zo babbelden we door.

Ik weet nog dat ik die soep voor het laatst maakte. In een leven 20 jaar later.
Ik reed er mee naar Groningen want De Man was wat ziekjes. Dan doe je dat.
En waarom, dacht ik gisteren. Waarschijnlijk was ik verliefd. Zoiets moet het geweest zijn.
En we deden wat boodschappen voor een zoon van.
We aten een broodje in een foute broodjeszaak en zoals ik me hem nu herinner was hij apathisch.
Maar was het wezenlijk wel eens anders?
'Als je nou twee katten zou mogen houden, welke dan?' vroeg hij regelmatig.
En daar ging ik dan retorisch over nadenken, want ik had vijf katten.
Alsof je een wandelaar vraagt of hij liever zijn linker- of rechterbeen geamputeerd ziet.
Ik wilde helemaal geen twee katten overhouden omdat dat mocht.
Dus nu heb ik er weer zes en ben gelukkig.
En twee benen waarmee ik dagelijks een paar kilometer met de hond wandel.

Toen ik drie weken na vertrek een kast opentrok en stapels kleren en tasjes tegenkwam was ik zo netjes om dat te melden.
'Dat je dat nu pas ziet' kreeg ik terug.
'Dat jij dat niet wist' dacht ik.

Inmiddels zijn we vijfenhalfjaar verder en is alles 3 maanden voorbij. Voor mij.
Hoe het voor hem zat zal ik waarschijnlijk nooit weten.
Ik besloot dat het de laatste keer was dat ik me daar verschrikkelijk kwaad over maakte.
Want ik besloot ook dat dat helemaal geen zin had.
Tactiek van de verschroeide aarde? Vooruit. Dat kan ik ook.
Dus ik verwijderde alles. Uit telefoon, van computer en uit schuur.
Dat voelde wat onfatsoenlijk.

Waarschijnlijk was ik het te lang geweest.

Peet - 22:05 -

15 september 2015
vijf jaar

Hoe lang staat er voor rouw, hoe lang staat er voor woede?
'Heb je liefdesverdriet', vroeg hij.
'Nee. Ik ben eigenlijk alleen maar kwaad'.

'Dat gaat over', zei hij.

Dat leek me een goed idee. Ik ben eigenlijk nooit kwaad, in ieder geval niet lang.
Maar dit is een ander soort woede, denk ik wel eens als ik om vier uur 's nachts wakker schrik.
Dit is een open-eindjes-woede. Het geeft me veel te veel ruimte om mijn fantasie op hol te laten slaan.
Ik ben dan ook zo een loser die een verhaal af wil sluiten.
Mensen, wat had ik een hekel aan sprookjes waarin iedereen nog lang en gelukkig zou leven. Dan was het verhaal voor mij nog niet klaar, ga weg en flikker een eind op, ik wilde alles weten van lang en gelukkig.

In dit geval geloofde ik het in eerste instantie wel, de rust en nachten vol slaap kwamen me aangenaam voor. 'Je hebt een burn-out', hoorde ik en dat is voor iemand die wel weet hoe de wereld draait geen kattenpis. Werk- en huiselijke beslommeringen was het nooit gelukt,
soms heb je daar meer voor nodig.
En ik geef toe: dat had ik.
Ik had iets dat een aanvulling had moeten zijn maar dat mijn leven juist deelde terwijl ik niets over had. Maar wanneer weet je dat?
Achteraf.
Achteraf had ik niet weg moeten lachen in wat voor zielige midlifecrisis hij zat toen bleek dat hij geilde op haar dochters.
Achteraf kon ik het warm contact met hun moeder herkennen toen ik mijn eigen mailgeschiedenis er op nasloeg.
Ja maar natuurlijk, eenzaamheid en ongelukkigheid, dan smelt je en dan voel je je als vrouw snel een redder in de nood.

Het was met vrienden in de tuin en ik was erg helder.
'Holy crap', vatte ik samen, 'de sociale media gebruiken als relatieplanet en dan krijg je hem'.
Facebook was een zielige vertoning en twitter niet gebruiken als professioneel medium maar als openbare chatroom helemaal Not Done.
Die wisten we al.
We wisten allemaal hoe hij daar over dacht en hoe hij meende invloed te kunnen uitoefenen op alles als het niet zijn eigen leven betrof.

'Ja, dan val je met zo een vangst goed in de prijzen en medailles' zei een vriend.
En het hele gezelschap had lol, zo ook ik, terwijl huilen ook wel een dingetje is.
Het was al lang niet meer mijn wereld; als waarheid niet bestaat is zelfs dat immers een leugen. Pseudologia fantastica.

2010
Ik wist dat destijds nog zo net niet, maar hij wel. Dacht ik.
'Heel diep van binnen denk ik dat het leven zonder jou vlak word. Een vlakke streep tot aan... Nou ja niet eens heel diep van binnen.', las ik terug.
Destijds las ik dat anders dan nu, dat wel.

Nu denk ik dat 'diep van binnen' er niet is. Maar goed, destijds wilde ik graag geloven en had een eindeloze adem. Het duurde bijna een jaar voor zij hem definitief uit haar leven bande. En terecht want hij ging niet.

Ik kon dat nu sneller, ervaring en intuïtie doen wat met de mens.
Met mij wel.
En waarschijnlijk is dat wat me woest maakt, waarom heeft iemand niet het fatsoen om weg te gaan als hij dat herkent wat ik nu herken.
Niets beter dan met de vinger naar mezelf wijzen want dan kan ik wat, maar dit?
Waarom moet iemand zelf het slachtoffer uit gaan hangen terwijl hij ze maakt?

Vijf jaar.
Toen was het op.
'En ze leefde nog lang. En gelukkig.'

Dat bleef zo ongeveer het plan.

Peet - 0:24 -

7 september 2015
weet je wat

'Weet je wat het is?' zei ik tegen iemand.
Ik zeg de hele dag tegen alles en iedereen 'weet je wat het is?'

En als ik dat niet tegen iemand zeg dan praat ik wel in het luchtledige. Er is altijd wel een kat, hond of konijn om het op te vangen.
En zij weten heel goed wat het is.
Meestal zit het in een blik of in het blik met brokken.
'O ja' denk ik dan. Eten is er ook en heel belangrijk.
Meestal was dat dan weer net niet waar ik aan dacht, tenminste niet op zo een moment.
Het is ook nog steeds niet zo dat ik slechts in het luchtledige praat.
Welnee, ik ben redelijk vaardig in communicatie ~dank u wel ~ , ik heb veel referentiekader ~dank u wel~ en als er iets is hoor ik het graag of wil het graag weten.

'Dus weet je wat het is' zei ik tegen iemand, 'ik wist het niet'.
En als ik ergens niet van weet terwijl dat toch wel wenselijk zou zijn dan begin ik zomaar te koken. Niet dat je mosterd na de maaltijd hoeft te koken, maar zo werkt het wel.
Ik zat in een pitch en ik wist het niet.
Mijn intuïtie zei: 'je zit in een pitch' en dat wilde ik niet geloven. Dan had ik het uiteindelijk wel gehoord.
Zo waren we niet getrouwd uiteindelijk dus ga je ervan uit dat je ook niet zo behandeld wordt.
Maar dat was een misverstand.
Ook dat lag aan mij.
Denk ik.
Maar dat weet ik niet zeker want ik wist het niet.
Wat ik wel wist is dat je pas een verbeterlijstje krijgt als er vergeleken wordt.
Dat werd iets later bevestigd toen ik op een soort kinderlijke hollyhobbie-conversatie stuitte, opgesierd met leuke IkMisJe-plaatjes.
De afdeling desperaat had elkaar a l l a n g gevonden!
En ik hoorde mezelf schaterlachen, vooral omdat ik toch niet zo achterlijk was als ik moest geloven.

'En weet je wat het is' vervolgde ik maar weer, 'al was openheid en eerlijkheid blijkbaar over de houdbaarheidsdatum, ik had dat moeten weten'.
Ik stelde een gesprek onder zes ogen voor en dat was een bespottelijk idee.
Ik weet niet precies waarom want voor zover ik kon beoordelen had niemand meer iets te verbergen. En ik hoorde 'dat een gesprek er nog wel een keer komt, misschien, maar niet nu.'
Geen reactie is ook een reactie.

'Dus weet je wat het is' zei ik maar weer eens.
'Ik ben nu kwaad. Woest. Ben leeggezogen en gebruikt maar niet zo volledig belachelijk als ik met deze domme actie gemaakt ben.'

De optelsom leverde niets onder de streep op, ik los het wel op met de losse eindjes boven die streep.
En weet je wat het is.
Meer hoefde het niet te worden dus, dit is wat het was.

'Een pakketje schroot met een dun laagje chroom'

Peet - 22:58 -

4 september 2015
kater

'Ohohoh' zei S. toen ze me in haar spreekkamer binnenliet.
S. is mijn dierenarts en al honderd jaar hou ik van S.
Ik geloof ook wel dat S. van mij houdt. Want ik hou van katten en S. houdt van katten dus wij begrijpen elkaar.
Soms is het leven zo simpel als dat.
Ze bekeek Y.
Y. is mijn nieuwe huisgenoot.
En samen bekeken wij Y. op een manier,... zoals je je kunt verwonderen over volmaaktheid.

Vorige week zat ik in de trein.
Dat is de beste oplossing als je van A naar B-ter wil en je auto is overleden.
Ik zat in de stiltecoupé, een fenomeen dat ik niet kende maar ik geloof dat het betekent dat je daarin je mond houdt en niet naar een onk-onk-onk-dreun hoeft te luisteren die de stilte van de medereiziger kan verstoren.
Een moeder en zoon betraden de stiltecoupé.
Of eigenlijk kwamen ze binnen gedenderd gelijk een trein die bij een perron stationair blijft door razen.
Dat lag aan de zoon.
Die kwaakte onophoudelijk over al het leed in de wereld, te beginnen bij Die Misselijke Conducteur die hen uit de eersteklas had gejaagd, te vervolgen over het waardeloze hotel van die nacht en moeiteloos door te gaan naar dat vréselijke landschap als je naar buiten keek en het weer, dat in Nederland dan nu wel goed was maar meestal niet.
Ik keek van het logo van de stiltecoupé op het raam naar mijn tijdelijke buurman en ik moest onwillekeurig denken aan Frank van Putte en zijn moeder Carla, typetjes van Van Kooten en De Bie.
Die neerhangende mondhoeken, de samengeknepen lippen en het geklaag over alles in de wereld terwijl ik alleen maar dacht:
'jij hebt een probleem zeg'.
Zo een 'been there, done that'-moment waarop je in jezelf de ervaringsdeskundige herkent.
Niet dat ik daar nu meteen zielsgelukkig van werd, dat niet.

De kat hoefde alleen maar een cocktailspuit voor kittens en omdat ik S. lang niet gesproken had deden we daar al bijpratend een half uur over.
'Waarom nu' vroeg S. belangstellend.
'Man eruit, man erin' grinnikte ik onbeholpen.
Dat was niet helemaal waar, maar ook een beetje wel.
S. trok haar wenkbrauwen op.
En ik vertelde over mijn afgelopen half jaar dat uitmondde in de laatste weken.
Ik houd van onvoorwaardelijk en dieren zijn dat, net als ik.
Die onvoorwaardelijkheid heb ik gemist.
Letterlijk gemist, ik bleek alleen.
Het heeft me twee jaar gekost om anders te geloven en dat bleek een wassen neus. Een luchtbel.
De opvolgende drie jaar gleed het af, denk ik achteraf. Ik wil graag geloven in de goedheid van een mens, je kan wel overal aan twijfelen en ik deed dat niet.

Het heeft een naam, iemand eerst op een voetstuk plaatsen en vervolgens met de grond gelijk maken en ik herkende het.
Zoals ik ineens een 'been there, done that'-moment beleefde in uitspraken en gedrag voorafgaand aan de laatste avond.
Ik kreeg, toen ik hem naar zijn Staat van Zijn vroeg, een lijst met míjn verbeterpunten.
Ik moest in ieder geval snel mijn levensvreugde terugkrijgen en ik had in de maanden die ik niet werkte ook wel even de zolder voor hem op kunnen knappen. Mijn zolder.
Natuurlijk.
Er was een relatie maar ik had er geen, meer kon ik er niet van maken.
Ik was verbijsterd en zo ging ik ook naar bed.

Twee weken later zag ik hem weer.
De samengeknepen lippen en neerhangende mondhoeken meldden me ongevraagd dat 'hij voorlopig een paar maanden alleen wilde zijn'.
Ik geloofde het allemaal wel want ook dit was al geschiedenis op het moment het werd uitgesproken.

'Mijn mond valt open' zei S. en haar mond viel open,
'maar je hebt de beste keuze gemaakt die je kon maken'.
'...'
'Een kater waar je plezier aan beleeft'.

.

yerkeklein.jpg
Peet - 16:40 -