3 februari 2010
uit duizenden

Het begin van de afgelopen zomer bleek ik ineens alleenstaand.
Niet van het ene op het andere moment natuurlijk, neen, gewoon met terugwerkende kracht van een jaar of negen.
Zo bleek. En daar was verder niet zo heel veel leuk aan.
Ik moest iets bedenken, en wel meteen en direct want je moet ook nog wat met zo een alleenstaande week vol uitzonderlijk mooi weer.
Dus ik bedacht een tent, en wel één die al was opgezet en van allerlei gemak voorzien, want gemak dient de mens.
Drie dorpen verderop zo ongeveer, mooi weer is mooi weer en gejengel op de achterbank van ‘zijn we er al bijna?’, terwijl nog vijfhonderd kilometers te gaan zijn, is ook niet leuk.
Na twee dorpen hoorde ik een tweestemmig ‘zijn we er bijna’ en hosanna in de gloria hoefde ik geen ‘ja’ te liegen.
Het was een in alle haast bij elkaar gescharrelde camping en voor een in alle haast bij elkaar gescharrelde camping was daar niks mis mee. De vooropgezette tenten stonden keurig cirkelgewijs geëtaleerd. Sommige waren al bezet.
En er waren nog veel meer veldjes, een stuk of honderd, met langkampeerders, kortkampeerders, doorgewinterde kampeerders, ja: er was zelfs een veldje met alleenstaanden. Of alleengaanden want dat klinkt denk ik minder passief en zielig.

Wij stonden dus op het kansloos vooropgezette alleenstaande vrouwenveldje.
‘Wij’ waren mijn buuf en ik, en een stuk of vijf kinderen.
Ik had één (1!) rokje bij me want ik ben werkelijk nooit eens ergens op voorbereid.
Hiep hoera voor een tent met bedden, blikopener & zaklamp.
Onze campingbuuf, zij van de tent links van ons, had precies hetzelfde rokje aan. Dat schept geen band, dat is zelfs tranentrekkend maar je voelt je ineens toch minder kansloos op de campingmarkt.
Haar rokje en de bijbehorende campingbuuf heb ik uiteraard gewoon een week genegeerd.
En daar dronken we des avonds wijn op, op onze vooropgezette stoelen met bijgeleverde kaarsjes op een wiebelende tafel en met de alleenstaande campingbuuf van de tent rechts.
En ik verzuchtte nog maar eens dat ik heus niet mijn hele leven alleenstaand, alleengaand en allesoverziend wilde blijven maar dat ik ook geen idee had hoe het dan anders ook al weer moest. Hoe herken je bijvoorbeeld een alleenstaande of alleengaande man die dan ook nog aan alle voorwaarden voldoet als je niet op het bijbehorende veldje staat, laat staan dat je weet waar dat is.
Jammer en wee-klaag, die herken je dus niet. In de vakantie kan alles uiteindelijk.
Maar ergens zou het mogelijk moeten zijn om toch de herkenning te vinden, ‘gewoon een kwestie van oefenen’ opperde zij van de tent rechts.
Zo oefende ik de opvolgende dag, terwijl ik bovenmatig relaxt lange kilometers over de camping slenterde.
Ik zag ze in de laatste mode op trainingspakkengebied voorbij trekken.
Ik zag ze in korte broeken, vrijetijdskledij en op pantoffels, of als overduidelijk hoofdsponsor van de firma’s Heineken en Amstel.
Ik zag in ieder geval allerlei exponenten van het mannelijk geslacht voorbijtrekken waarvan ik dacht dat ze allang bij wet verboden waren. Of ze hadden al verkering, maar dat is geen excuus. Toevallig.

En ineens kwam er in de verte één aangewandeld waarvan ik dacht ‘daar zal je hem hebben’.
Ook toen hij dichterbij kwam stond er geen ‘beschikbaar’ op zijn shirt, maarrrr hij had wel de juiste loop en een prettige presentatie van het geheel.
Geen ‘one size fits all’ maar het leek mij, zonder enige innerlijke ruimte voor leuke ontwikkelingen, toevallig wel de enige persoon op deze aarde die de ruimte die vast wel weer eens zou gaan komen kon bemensen.
Bemannen om precies te zijn.
Adem in- adem uit.

Naarmate hij dichterbij kwam schoot het als een bezetene door me heen:
En Hoe Moet Dat Dan Verder.
Hij liep de verkeerde kant op, want in tegengestelde richting.
We konden niet gezellig, samen, al babbelend, naar een toilethok wandelen.
Dat leek me nou net reuze romantisch.
Het kwam aan op de ontmoeting waarbij het campinggerelateerde ‘goedemiddag’ of goedenavond’ zou volgen. Niet het moment om er ook nog een ‘kom je hier vaker’ tegenaan te gooien.

‘Hallo’ zei ik.
‘Hallo’ zei hij.

Een blik of blijk van herkenning is op zo een moment wenselijk, op dit moment schoot door me heen dat ik deze man inderdaad kende.
‘Volgens mij kennen wij elkaar’ zei ik, je zult maar adrem zijn.
Achteraf klinkt dat minder onnozel dan ‘ken ik jou niet ergens van’ maar dat was een lucky shot, ik had namelijk geen idee waar ik deze man van kende.
Ik dacht aan Nijmegen, ik dacht aan de rest van de wereld en ik kon het niet bedenken.
Maar hij zei het.
Grote goedheden, natuurlijk wist ik het toen. Weer.
Ik wil niet veel zeggen maar als we even moeten gaan hebben over slechte timing en een onmogelijk, kansloos, ongebruikelijk en ‘not done’ evenement dan had ik het hier te pakken.
Van alle mannen op deze planeet kon ik deze exponent meteen kwalificeren als Bijzonder Ongelukkige Invalshoek.

Terstond besloot ik dat de liefde een mooi ding is maar het heimelijk genoegen ervan te weten ook wat waard.

En dat allemaal binnen tien seconden.
Des nachts staarde ik wat naar het tentplafond terwijl ik bittere tranen weende.
Dat laatste verzin ik ter plekke, dat was niet zo maar het klinkt zo fijn dramatisch ~ laten we het er maar op houden dat het even duurde voor ik in slaap viel.
Hoe meedogenloos de zelfspot mijn leven binnenkwam en bleef en, hoe geestig ook, daar zit ik maar mooi mee.

Weer thuis besloot ik één van de kittens uit het nest te houden.
Ik noemde haar ‘Lover’.

Dan had ik die maar vast in huis.

Peet - 0:25 - al 1 meningen

31 januari 2010
hallo mars, hier venus!

Als er iets met een man aan de hand is dan wil hij daar niet over praten,
neen, dan trekt hij zich terug in een hol.
Zijn eigen of andermans, is mijn ervaring.
En als hij dan weer tevoorschijn komt betekent dat niet dat hij ‘er’ wel over wil praten. Heus niet.
Het zijn vrouwengedachten, dat het zo zou moeten. Of werken.

Het voelde wat ontheemd, de schouwburgzaal.
Wat er zoal misgaat in de communicatie tussen mannen en vrouwen blijft natuurlijk een perpetuüm mobilé.
[Zie hier, na het lied: de vuilniszakkentheorie van Acda, vanaf 5'30'']

Shampoo, tampons en losse kledingstukken verzamel ik nog steeds op de trap, op weg naar boven. De man die hier zijn nek over breekt en zich afvraagt wat die troep op de trap moet, die ontbreekt.
Als de man vertrokken blijkt, gaan vergelijkingen niet meer op~ laat staan dat er nog een oplossing mogelijk dan wel nodig is.
Dat laatste is voor een vrouw zeer onverteerbaar maar daar ging het niet over in ‘Mannen komen van Mars’.

Mijn gezelschap merkte op dat hij eigenlijk ook wel een vrouw is, soms. Zoals ik kon beamen dat ik, afgezet tegen de gepresenteerde theorieën, af en toe een man ben. En dan weer een vrouw.
Dat krijg je als alleen staande, alleen gaande, whatever kado.
Huub Stapel, ja, Huub Stapel dus.
Af en toe begint hij te zingen en dat vind ik ook leuk, de enige man die mij ‘Peetje’ mag noemen zonder dat ik meteen mijn wenkbrauwen zorgelijk optrek.
Dan mijmer ik 'een liedjesprogramma,...waar blijft het.'
Eigenlijk kan Huub Stapel alles spelen zonder dat de gedachte ‘juiste man maar verkeerde rol’ ooit opkomt.
Ik denk dat het de energie van de man is. De man Huub Stapel bedoel ik.

Waarom ik niet voor Hoogeveen had gekozen maar voor Nijmegen.
Toevallig had ik die middag een bevestigingsmailtje voor de voorstelling in Hoogeveen gekregen. Op 12 juni, één van de twee bijgeboekte voorstellingen aldaar, was er nog een plekje voor Peetje op het balkon.
Hij trok zorgelijk zijn wenkbrauwen op. Of verbaasd.
Terwijl het gegeven zich al geopenbaard heeft: dit is zo een toneelvoorstelling die iedereen gezien wil hebben, want het blijft leuk om de grap in te zien van mis- en andere communicatieve wanorde tussen de jongens en de meiden.

Het goede nieuws is dus dat je, ALS je een kaart te pakken krijgt, meteen Huub Stapel ziet spelen.
Flodder en De Lift zijn namelijk écht al heel lang geleden,
hoera voor het hier & nu!

[Huub Stapel doet auditie voor de rol van Theo Maassen]

Peet - 14:12 - al 0 meningen

21 januari 2010
huuh!


tobias zombie klein.jpg

Peet - 19:27 - al 5 meningen

3 januari 2010
what's new?


bank.jpg

Ze hebben een nieuwe bank.
Ik een nieuwe stoel, om op te zitten terwijl ik kijk.
Gelukkig nieuw jaar!

Peet - 20:54 - al 4 meningen

18 december 2009
completeren

'Ik heb nou toch iets in huis gehaald' verzuchtte ik dramatisch tegen het meisje van de dierenwinkel.
Waarschijnlijk keek ik er ook nogal wanhopig bij.
Ik deel namelijk veel met het meisje van de dierenwinkel.

'Een nieuwe kat?' vroeg ze, als immer geïnteresseerd.
Ze zei nog net niet 'een nieuwe kat waar weer eens wat mee is'.
Met de kat die klem zat in een kiepkantelraam en die na een maand van verlamming inmiddels weer kan tapdansen, zat ik al ruimschoots aan de tax voor dit jaar.
Het is ook een keertje klaar.

'Neen, een nieuwe bank' was mijn benepen antwoord.
'Hehehe' grinnikte ze.

[Een kat erbij leek me trouwens ineens een veel beter idee in combinatie met de huidige zes.
En dan een oude bank die geen haren aantrekt om te completeren.]

Peet - 19:43 - al 2 meningen

6 december 2009
geloof

Merlijn vertelde dat de moeder van een meisje uit zijn klas de cadeautjes voor pakjesavond zelf koopt. Het meisje geloofde ook niet in Sinterklaas.
‘En jij dan, Merlijn?’

Geen twijfel, Sinterklaas bestaat.
Ik denk dat dit is omdat een Sinterklaas hem goed uitkomt.
Beter dan de portemonnee van zijn moeder. Wil je een Wii of Nintendo dan is het beter op het bestaan van een grote geldschieter te gokken.
Daar verdenk ik hem van.

Tobias bekeek vanmiddag de DVD van Ibbeltje. Gisteren ontvangen uit goedheiligland, Sinterklaas is waarschijnlijk ook opgevoed met Annie MG.

Ineens herkende hij in de verslaggever de hoofdpiet. Ik dacht zelf bij het horen van de stem ook meteen ‘hee, Erik van Muiswinkel!’.
‘Je hebt gelijk’ zei ik tegen Tobias, ‘wat goed dat je dat hoort.’
Hij dacht even diep na over hoe dat nou kon.
En ineens wist hij het:

‘Deze film is natuurlijk van vóór dat hij zwarte piet werd!’

Ik kom er in de zomer nog wel eens op terug.

Peet - 22:39 - al 2 meningen

3 december 2009
gedrukt

Merlijn kreeg voor zijn verjaardag een heus fototoestel. Als een kind zo blij.
Des avonds werd vervolgens mijn taak zijn nieuw geschoten projectielen naar de huiscomputer te transporteren. Daar ben je moeder voor uiteindelijk.

Vorige week bleek op een middag plots dat een vermoeden was ontstaan dat Merlijn zelfstandig naar het winkelcentrum was afgereisd. Boodschappen doe ik daar sinds jaar en dag zelf, dus ik heb het ontbreken van de noodzaak van zo een barre tocht met hem doorgesproken.
Het was niet zo. Hij was daar niet geweest, dat moest een misverstand zijn, hij had er immers niets te zoeken, etcetera.
Zijn geloof in deze versie was sterker dan dat van mij.
Maar wat moet je met de glasharde ontkenning en de oprechte bijgeleverde blik?

Des avonds transporteerde ik zijn foto’s naar de pc.
Er zaten heus hele leuke tussen, ik kan u verzekeren dat zo een camera je deelgenoot maakt van het verborgen leven van je kind. Een aanrader.

Deze foto stond er ook tussen:

merlijn 165.jpg

Dus.
‘Merlijn luister eens’ zei ik de volgende ochtend, ‘er is iemand met jouw fototoestel in het winkelcentrum geweest.’
De glasharde blik van de dag ervoor werd ineens wat glazig.
‘Hoe weet je dat?’
Ik liet hem het mapje met zijn laatste foto’s zien.

Terwijl hij zijn productie bekeek liep ik weg.
‘Shitshitshitshitshit’ hoorde ik hem mompelen.

Hij was het onvoorwaardelijk eens met zijn huisarrest de opvolgende zondag.

Peet - 22:20 - al 6 meningen