Ik kreeg een uitnodiging voor de uitreiking van de Gouden Notekraker, vanavond in Paradiso te Amsterdam.
Supportersvereniging Ten Damme vond dat een leuk idee.
Dan nu het dilemma en de bijbehorende kansberekening:
ik ben nu al in alle staten, a pain in the ass én ik vrees dat Alain Clark wint.
Die zal ik dan heel hard moeten slaan.
Of Stef Bos wint. Die heeft nu al van die blauwe ogen.
Dat komt niet goed.
De kans is vrij groot dat ik de nacht zal moeten doorbrengen in een celletje in de Warmoesstraat.
Ja, en dát kan dus niet he.
Moet morgen namelijk gewoon werken.
*****************
update:
She won! Dat had nog best een leuke polonaise kunnen worden in de Warmoesstraat.

[foto ANP]
AMSTERDAM - Ellen ten Damme en Jon van Eerd hebben vanavond de Gouden Notekraker 2010 uitgereikt gekregen. De muzikanten- en acteursprijs wordt ieder jaar uitgereikt aan de artiesten die de meeste indruk hebben gemaakt op hun collega's.
Of bijvoorbeeld: ‘Ik hoop dat het slecht met je gaat’ Dat betekent natuurlijk ‘Kom bij me terug, omdat ik zo dol op je ben'... maar dat zou dan weer heel suf zijn!
Enige tijd geleden werd ik opgeschrikt door een nieuwe Nederlandstalige cd.
Dat was haar schuld, laten we dat even duidelijk aftimmeren.
Zij citeerde en promootte naar hartenlust en bij gelegenheid stopte haar wederhelft de bijbehorende cd hier in de speler.
Nou ben ik erg van de Nederlandstalige popmuziek maar toch was ik verrast. Blij verrast, want ik vind best snel iets acceptabel maar minstens zo vaak ook niet.
En eerlijk is eerlijk: Ellen ten Damme kende ik vooral van haar Engelstalige materie.
Ook leuk, want Ellen ten Damme is geloof ik per definitie wel leuk.
'Durf jij?'
Voor deze cd omarmde ze dichter Ilja Leonard Pfeijffer.
Een gouden greep en een gouden combinatie.
Het is me een raadsel hoe Ilja Leonard Pfeijffer zo een meisjes-cd bij elkaar heeft kunnen schrijven, misschien is het geheim dat mannen eigenlijk net zo denken.
En als ik iets leuk vind dan mag iedereen dat weten ook.
Of moet iedereen dat weten, zonder excuus voor mijn doelgerichte spam.
Dus. Nu even het volgende.
Zij van Ten Damme is genomineerd en wel voor een Gouden Notekraker.
Dat de hedendaagse spelling aan de prijs voorbij is gegaan nemen we maar voor lief. Slacht een draakje, kraak die noot!
Stemmen kan hier, klik.
En doe mij een plezier,
Stef Bos is ook een aardige jongen, weet ik wel.
Maar Ellen ten Damme verdient de hoofdprijs.
Vanwege ‘Durf Jij?’!.
"Echte mannen eten geen honing, die kauwen op bijen"
©[Loesje]
Ik kwam M. tegen in de supermarkt en feliciteerde haar.
‘Hee, wat goed’, zei ze.
Daar moest ik haar gelijk in geven, in de gloria.
Even later dronken we koffie. Zonder taart.
‘Waar was je deze week?’, informeerde ik.
‘Oh, ik was depressief’, zei ze monter.
‘Jee, ik ook’, grinnikte ik minstens zo opgewekt.
‘Hadden we dat maar van elkaar geweten’.
‘Eigenlijk was ik niet depressief’, zei ik toen
‘eigenlijk was ik gewoon chagrijnig en verdrietig’.
‘Oh ja, ik ook’, zei M.
Ik vertelde haar hoe duidelijk ik de wereld tot een paar maanden geleden voor ogen had. Mijn wereld.
Niet op zoek naar de in- of opvulling die zich toch stelselmatig aandiende. 'Het spijt me, sorry, het is niet anders' zei ik dan, want eigenlijk op zoek naar niets.
En dan nu de verbazing over hoe ik deze man onder mijn huid had laten kruipen, met daarbij opgeteld de tintelende euforie en de schrijnende pijn die zulks veroorzaakt.
We vroegen ons hardop af hoe het mogelijk is zo af te dwalen.
Om een gevolg te zijn en geen oorzaak
We kwamen op de wisselwerking tussen haast en geduld, vertrouwen en wantrouwen. En de onvoorwaardelijke overgave aan de hoop op een goede afloop. Want al is elke afloop goed, de weg ernaartoe is meestal ondoorgrondelijk en vaak te lang.
Even dacht ik terug aan het moment waarop ik niet meer bestond.
Zou het bijna zelf gaan geloven, behalve dat ikzelf nog steeds besta.
Daar hoef ik niet eens voor in mijn arm te knijpen.
In een vlaag van zakelijke dienstverlening aan mezelf worstelde ik door duizenden berichten heen, overdrijven kan ik wel eens maar is in dit geval niet nodig.
Ik zag het weer allemaal: het verlangen, de hoop, de twijfel, de angst
en plots vond ik het allemaal een stuk begrijpelijker.
Oorzaak en gevolg, schuld en boete.
‘Ik houd van de man die hij wil zijn, niet van de man die zich nu laat zien.. ik bedoel: niet laat zien’ zei ik.
Dus hoe moest ik houden van de vrouw die ik zo ineens werd?
Het onlogische leek ineens weer logisch.
En begreep ik ineens weer hoe ik in deze wonderlijke constructie verzeild
was geraakt of belangrijker nog: waarom ik hierin was blijven hangen
~ het verlangen naar de man die ik van dichtbij en ver weg wist.
‘Iedereen wil iemand worden, misschien wordt hij dat wel nooit’ diende M. van repliek.
Dat was een waarheid als een koe, niet leuk maar ook niet denkbeeldig.
Een ietwat verbasterde slogan van WarChild schoot door mijn hoofd:
'Je kunt een mens wel uit de buurt van verlangen halen,
maar hoe haal je het verlangen uit een mens?'
Dat moet een struisvogel met de kop in het zand toch ook weten.
Sehnsucht.
Tja.
Ja, modeltekenen.
Ik wist nog een jaar dat ik van vier mensen les had.
Ik wist er nog drie en hij was de vierde man.
‘Twintig jaar geleden. Dat was wat’, dacht ik terug.
Hij liep dan nogal rond en iedereen voelde de zenuwen langs de ruggengraat denderen.
Want hij kon nogal meedogenloos zijn in zijn commentaren.
En dan liep hij rond en hij zuchtte.
Hij zei niets.
Dat was het ergste, hij zei gewoon niets.
En wij ploeterden door, voor zover dat ging, gebukt onder de kritische blik.
Maar hij zei niets, hij zuchtte alleen. Heel diep.
‘Uiteindelijk nam je dan plaats achter de grote tafel, zette je handen er op en zuchtte nog een keer...
En dan keek je rond en zei alleen ‘Moeilijk hè,... jongens...?!’'
Hij grinnikte.
Zij lachte.
Ik maakte een foto van dode garnalen.
‘Pas was hier iemand die net zo heet als jij’, zei hij.
‘Die maakte ook foto’s van al het eten, zit dat in de naam?'
Hij stond aan de andere kant van de tafel, net als vroeger
'Had zij ook een weblog?' durfde ik nog te vragen.
Het bleef bij één foto.
De salade uit eigen tuin en de aardbeien-frambozentaart waren eigenlijk mooier.
Maar die durfde ik niet meer.

Ik heb niet de ambitie om indiaan te worden.
Of eigenlijk had ik daar nog nooit over nagedacht,
het was meer een gedachte die zich aan me opdrong.
Of werd opgedrongen.
Terwijl ik in a hurry was stond ik er bijna middenin.
Natuurlijk kan ik heel erg goed kattenbrokjes uitdelen, blikopener wezen en achter oren krabben.
Dat weet ik ook wel.
En natuurlijk weet ik wel dat ik deze blijk van waardering op waarde moet schatten. Maar!
Dit was nou weer zo een actie van Heer Vleksel, de aanloopkat.
Niks volledige prooi, die je nog een beetje fatsoenlijk kunt begraven als hij het net even niet ziet.
Of dat je er nog iets anders van kunt maken.
Neen.
Een ravage op de mat voor de deur.
Duif is definitely dood.
Knutsel daar maar eens iets leuks van...

Vakantie is een leuk fenomeen.
Vanuit het leven van ‘moeten’ en dat het liefst ‘snel en op tijd een beetje’ is het gemakkelijk je rijk te rekenen in wat je allemaal kunt doen. De kunst is het loslaten.
Zo denk ik nu, na 2 weken.
Ik heb me overgegeven aan de lome leegte van het niet moeten.
Kamperen helpt. Buiten leven helpt heel erg.
Beetje naar de lucht kijken, eventueel regenbuitje voorzien en vervolgens van uur naar uur leven.
Vuurtje stoken, beetje eten, beetje drinken.
Koelkast doet het weer. De meneer zou tussen acht en één langskomen.
Hij was er om tien voor acht en werd omcirkeld door nieuwsgierig huisvee.
‘Ik hou van honden en katten’, zei hij. ‘Maar als ze me in de weg lopen dan kunnen ze een rotschop krijgen, dan leren ze het best ’.
‘Pardon?’ zei ik dreigend.
Het was dat koelkast een nieuwe compressor nodig had en dat behoedde mij voor het uitdelen van een rotschop. Man kreeg geen koffie.
De man zat al snel te monteren en links en rechts wat achter oren te krabben.
Ik kan namelijk ook heel dreigend kijken.
Vervolgens heb ik een koe opgehangen in de tuin. Ze lag bij M. op zolder.
Ik ben zeer tevreden over haar aanwezigheid.
Als ik des ochtends met een kopje koffie tegenover koe zit, kan ik er zomaar een uur over nadenken hoe ik koe beter kan bevestigen. En dat koe wel een sopje kan gebruiken.
Of dat ik zelf een koe ben.
Ik zei het al eerder: als ik niet meer denk ben ik dood.
Morgen ga ik een koe aaien.
Of een draakje slachten.
Mijn mailbox zegt dat ik nogal gelezen wordt. Ik vergeet dat wel eens, alhoewel de laatste tijd even wat minder.
Het is lief dat u mij niet verder in verlegenheid brengt.
Het gaat goed met me, dank u wel.

